Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Ziekten > Lyme > Communicatie behandeling Borreliose voor patient met kenmerkende Lyme symptomen

Communicatie behandeling Borreliose voor patient met kenmerkende Lyme symptomen

Share |

De Gezondheidsraad onderscheidt 6 types van Lyme patienten die, zoals de Gezondheidsraad dat noemt in twee categorieën uiteenvallen: patienten met de ziekte van Lyme en patienten die hun ziektebeeld ervaren als Lyme.

Voor elk van de 6 types, (2 in de eerste categorie en 4 in de tweede) is een gedifferentieerde aanpak nodig, aldus de Gezondheidsraad.

De eerste categorie die valt in de patienten die hun ziektebeeld ervaren als Lyme (lees dit als: patienten die menen Lyme te hebben in tegenstelling tot wat de dokter meent), worden beschreven als lijdend aan (persistente) kenmerkende symptomen.

Deze patienten zijn in het verleden allemaal met antibiotica behandeld, en hoeven nu niet perse weer met antibiotica behandeld worden, maar ook niet perse niet. Het is aan de arts om het juiste beleid te bepalen op basis van zijn afwegingen.

De mogelijke achtergrond van die symptomen zijn:

  1. persistente lymeziekte
  2. herinfectie
  3. restschade

Het RIVM meent over deze categorie het volgende:

“De term persisterende lymeziekte (persisterende infectie met de Borrelia-bacterie) kan worden overwogen als kenmerkende symptomen van lymeziekte persisteren na aanbevolen antibiotische therapie. Doorgaans is dit een zeldzaam waargenomen fenomeen.”

Nu is natuurlijk meteen de vraag wat ‘kenmerkende symptomen’ zijn.  Dat wordt in de richtlijn van het RIVM niet besproken. Het RIVM beschrijft wel wat zij onder persisterende niet-kenmerkende klachten verstaan: vermoeidheid, spier- en gewrichtspijnen, hoofdpijn, concentratiestoornissen en tintelingen.

Gewrichtspijnen worden dus door het RIVM gezien als niet-kenmerkende klachten. Dat is opvallend, omdat het reumafonds bijvoorbeeld dat heel anders ziet. Anyhow, een en ander vertaald zich dan naar de volgende herkenbare casus.

Gebeten door teek, behandeld met antibiotica en nog steeds gewrichtspijnen, moe en concentratiestoornissen, wat nu?

Een 54 jarige mannelijke patient komt bij de huisarts. Heeft 8 maanden geleden, in de lente, een tekenbeet gehad, met rode ring. Had dat niet direct geschakeld, totdat de malaise intrad. Moe, geen puf meer, pijnen, laag energie niveau. Bij huisarts gekomen verhaal verteld. Huisarts vond vroege Lyme voor de hand liggend. Hij herinnerde zich de opmerking uit de Lyme richtlijn: “Behandel voor lymeziekte wanneer de voorafkans op lymeziekte als hoog is geschat
ongeacht de uitslag van het serologisch onderzoek.”
en besloot geen serologie in te zetten, maar te behandelen, en schreef voor: doxycycline 2 maal daags 100 mg gedurende 10 dagen.

Na de behandeling voelde de patient zich enkele weken beter, maar toen raakte hij toch langzaam weer in de versukkeling. Stapje voor stapje werd het allemaal wat minder, steeds moe, slaapproblemen, geïrriteerd, pijn in gewrichten, lamlendig, stress op het werk etc. Komt na 8 maanden volgend op de tekenbeet terug bij de huisarts met de vraag of hij een langere antibiotica behandeling kan krijgen. Want hij denkt dat de Borrelia niet weg is.

De huisarts zegt: die symptomen die je hebt zijn niet specifiek voor Lyme, je bent gewoon moe en zit in een soort burn out. We gaan de psycholoog inschakelen, die gaat je helpen om te gaan met je klachten en weer op de been te komen! Ik geeft je wel wat slaapmedicatie voor de komende 3 weken.

Tja, wat denk je dan als patient die door een teek gebeten is en klachten blijft hebben. Het zal wel burn-out zijn? Hoe kom je er achter dat de Borrelia nog in je lijf zit en verantwoordelijk is voor je klachten?

Met serologie? : Nee. Want je bent hoogstwaarschijnlijk seropositief voor de Borrelia. Die uitslag zegt dus niets, want daaraan kan je alleen aflezen dat je geïnfecteerd bent geweest. Niet of er nog een beest in je lijf zit!

Met donkerveldmicroscopie, ook wel levend bloed analyse genoemd? : Nee, want er zijn geen onderzoeken gedaan naar de waarde van die vorm van diagnostiek, en er zijn veel aanwijzingen dat wat je op die wijze ziet in het bloed misschien wel artefacten zijn, kapotte bloedcellen, membraanresten etc.

Met fasecontrastmicroscopie?: Nee, want daarvan zeggen de experts dat het zoeken naar een naald in een hooiberg is.

Met bioresonantie?: nee, want er is nog nooit onderzoek uitgevoerd hoe gevoelig bioresonantie is, en dus weten we niet hoeveel vals positieven en vals negatieven gerapporteerd worden met bioresonantie.

Wel of geen antibiotica dus

De huisarts houdt zich aan de Gezondheidsraad suggestie, en vindt de symptomen niet kenmerkend voor Lyme. Hij behandeld niet opnieuw. Want hij weet dat een nieuwe kuur meestal dan ook meteen langer is, en dat je zo het microbioom in de darmen van de patient een vette klap geeft. Alleen daar al door kunnen de symptomen erger worden, je kan je nog zwakker voelen als je darmflora eruit geknikkerd wordt.

Niemand is tevreden.
De symptomen gaan niet over.
De patient blijft dus zitten met de vraag of er in zijn lijf nu een beest zit of niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *