Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Extra > Tegengif > Renckens tegen de verraders van de una sancta

Renckens tegen de verraders van de una sancta

Share |

Van Bruinsma tot Renckens

Onder deze titel verscheen onlangs ter gelegenheid van het afscheid van Cornelis Nicolaas Maria Renckens als voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij een 93 bladzijden tellend fleurig boekje, geschreven door de journalist en kinderboekenschrijver Bas van Lier. De subtitel van deze typografisch goed verzorgde publicatie luidt: De geschiedenis van de Vereniging tegen de Kwakzalverij in 16 voorzittersportretten.

Beknopt en vooral historisch interessant zijn de 15 voorgangers van Renckens beschreven. Van Lier brengt daarbij in een periode die ruim 130 jaar beslaat ook de wisselende gedaantes van het verschijnsel kwakzalverij in beeld voor zover deze in het daarop reflecterende optreden van de VtdK tot uiting komen. Aan Renckens worden in dit boekje uiteraard de meeste bladzijden gewijd hetgeen voor de hand ligt omdat hij de voorzittershamer het langst – 23 jaar - heeft gehanteerd. Het in positieve zin sterk vertekende portret van Renckens – auteur Bas van Lier was uiteraard goeddeels aangewezen op de ophemelende informatie door het overige VtdK-bestuur – vormt de aanleiding de geportretteerde nog eens nader te bezien, vooral omdat Renckens daarin met nadruk wordt getypeerd als ‘strijder tegen onrecht, bedrog en onkunde’. Maar is dat wel waar?

In actie tegen de verraders van de una sancta

Het credo van Renckens is neergelegd in zijn uitspraak dat collega-artsen die zich met  alterrnatieve geneeskunde  bezighouden, de kern van de geneeskunde niet hebben begrepen en het vak hebben verraden. Tegen deze ‘verraders’ komt Renckens, gedreven door een blinde professionele haat, in actie. Artsen die alternatief willen werken – aldus Renckens – behoren geen arts meer te zijn. ‘Als zij zich weer terug willen bekeren moeten ze een proeve van bekwaamheid afleggen en een psychische test ondergaan’ (blz 87/88). De gewezen Rooms-Katholieke Renckens blijkt hier zijn vroegere religieuze ballast nog geenszins overboord te hebben gezet – let ook op het woord ‘bekeren’ – omdat hij zich nog steeds als een fanatiek belijder ontpopt van de una sancta: uitsluitend de reguliere geneeskunde vertegenwoordigt de enig ware en zalig makende leer.

Wie de una sancta weigert te onderschrijven is een verrader, die via zijn banvloek voortaan wordt uitgesloten van het beroep als arts. Een moderne variant van het toenmalige verbranden van ketters dus. Terugkeer naar die enig ware leer – de ‘bekering’ dus – is voor dergelijke ketters pas mogelijk na voorafgaande onderwerping aan het onfeilbare reguliere leergezag plus de overlegging van een bewijs van mentale gezondheid, afgegeven door de regulier-medische rota waarvan alle leden uiteraard de kwaliteit van regulier psychiater bezitten. Ook hier weer een reliek van het ware geloof: na de afgedwongen biecht bij de grootinquisiteur Renckens moet de ketterse arts in het openbaar boete doen en zijn dwalingen publiekelijk afzweren. Dit alles naar analogie van de eertijds beruchte contra-reformator en Jezuiet Ignatius de Loyola dus. Maar is Renckens niet zelf een verrader van de waarheid over CAM?

De totalitaire geneeskunde volgens Renckens

Renckens heeft zich altijd het recht toegeëigend om over de reguliere geneeskunde ex cathedra te spreken. Daardoor staat hij voor een totalitaire geneeskunde, gefundeerd op zijn onaanrandbare dogma dat uitsluitend de reguliere geneeskunde op basis van wetenschappelijke criteria wordt beoefend, en dit in tegenstelling tot kwakzalverij die volgens hem alle vormen van alternatieve geneeskunde omvat.  Renckens moet echter zo langzamerhand  toch beter weten: voor het merendeel van de regulier-geneeskundige behandelingen ontbreekt namelijk het wetenschappelijke bewijs – recentelijk nog voor de al vele jaren toegediende anti-influeza prik en ook voor de ingesleten reguliere gewoonte om de amandelen bij kinderen te verwijderen – terwijl voor een scala van complementaire behandelvormen wel degelijk bewijs voorhanden is.

Renckens is echter niet bij machte om zich van zijn denkbeelden te bevrijden, opgesloten als hij zit in de gevangenis van zijn eigen dogma. Aan elk dogma is immers inherent dat het nadien nimmer kan worden herroepen, ook niet als, zoals hier, later blijkt dat de afkondiging ervan op een (fatale) vergissing berust. Renckens verdient het dan ook niet om de titel van strijder tegen bedrog en onkunde te voeren. Hij is integendeel iemand die juist op het randje balanceert van het plegen van professioneel bedrog omdat hij de wetenschappelijke waarheid over CAM, en de feiten daaromtrent (ont)kennende, welbewust geweld aandoet.

De weinige wapenfeiten van Renckens en de VtdK

Renckens wordt in zijn portret als nogal voldaan geschetst over de wapenfeiten van de Vtdk onder zijn bewind. Maar die overwinningen zijn zeer beperkt in aantal en kwaliteit. Over de grootste nederlaag onder zijn bestuur- de aanvaarding van de Wet BIG in 1994 waarbij de artsen hun gevestigde monopoliepositie kwijt raakten-  merkt Bas van Lier slechts zuinigjes op :” Dat was bepaald niet de aanpassing die de Vtdk voor ogen had” Zo is het maar net:  in plaats van alle macht bij de dokters te blijven concentreren is sindsdien de mondigheid van de patient erkend wat betreft diens keuzevrijheid voor een bepaalde arts/therapeut en  behandelvorm. De ex-voorzitter Renckens kan het uiteraard nog steeds niet verkroppen dat zijn VtdK toentertijd zo hardhandig in de hoek is gezet.

De Wet BIG heeft, ondanks Renckens’ felle kansel-encyclieken, ook niet geleid – enkele (zeer) ernstige incidenten daargelaten – tot een massale opbloei van kwakzalverij. Mede daarom zag  Renckens zich genoodzaakt om de draaicirkel van het begrip kwakzalverij aanmerkelijk te verruimen door daaronder ook alle serieuze CAM-behandelvormen te rangschikken, met inbegrip van die geneeswijzen (zoals homeopathie en acupunctuur) waarvoor solide wetenschappelijk bewijs bestaat. De starre opstelling van Renckens is na de door de Wet BIG aan de Vtdk toegebrachte zware slag dan ook terug te voeren op zijn onuitroeibare nostalgie naar ‘the good old time religion’: de periode voor de Wet BIG waarin uitsluitend de reguliere dokter het voor het zeggen had en met vrijmacht over het lot van zijn patienten beschikte. And that nostalgy made the old Casey always run.

Is Renckens wel een strijder tegen onrecht ?

Ook hier is die lovende kwalificatie volstrekt misplaatst. Niet Renckens streed namelijk tegen onrecht maar juist het tweetal artsen – Houtsmuller en Sickesz – daagden de Vtdk voor de rechter omdat zij tegen het onrecht opkwamen voor kwakzalver te worden uitgemaakt. Zoals bekend, verloor de VtdK de zaak-Houtsmuller uiteindelijk – en cassatie bij de Hoge Raad durfde de ‘strijder’  Renckens niet aan – en werd het de Vtdk verboden Houtsmuller als kwakzalver en leugenaar te betitelen. Met minachting voor deze ondubbelzinnige rechterlijke beslissing hebben de VtdK-informanten Bas van Lier nochtans wijs gemaakt dat Houtsmuller wel een leugenaar zou zijn (blz 92). Dat is tekenend voor het gebrek aan beschaving bij de VtdK: het blijven natrappen van de overwinnaar met het oogmerk om het gezichtsverlies van de geleden nederlaag te maskeren. Voorbarig is ook hetgeen inzake Sickesz wordt medegedeeld als zou zij deze arts  ‘uiteindelijk door de Hoge Raad in het ongelijk zijn gesteld’ (blz 93). De waarheid is dat deze zaak thans nog steeds onder de rechter is zodat nog moet worden beslist is of zij wel een kwakzalver mag worden genoemd.

Wel scoorde de VtdK in dit proces een punt doordat haar eigen verenigingsdefinitie van ‘kwakzalverij’ – in de omschrijving waarvan de mogelijk negatieve gevoelsassociaties met dat begrip listiglijk zijn verwijderd – bij de Hoge Raad ingang vond. Volgens de Hoge Raad mag op basis van deze gedenatureerde definitie een arts een kwakzalver worden genoemd zonder – en  dit in tegenstelling tot wat elk normaal mens vindt – dat door het grote publiek over een dergelijke arts wordt gedacht met een (geneeskundige) knoeier, prutser of oplichter van doen te hebben. Deze discutabele beslissing van de Hoge Raad leidt er dus bijvoorbeeld toe dat iedereen de kapper van diefstal van het afgeknipte haar zijner klanten mag betichten mits maar duidelijk wordt gemaakt dat hier met diefstal niet wordt bedoeld dat de kapper het oogmerk had om zich het afgeknipte haar wederrechtelijk toe te eigenen.  Ook werd de VtdK voor de rechter gedaagd door de fabrikant van homeopathica VSM welke zaak zij verloor, hetgeen de vereniging  62.000 gulden kostte. De als  ‘strijder tegen onrecht’ opgekuifde Renckens heeft zich dus slechts in een drietal zaken als gedaagde bij de rechter moeten verantwoorden wegens door de VtdK jegens anderen begaan onrecht, en dit met opvallend povere resultaten.

De verloren strijd om afschaffing van de medische BTW-vrijstelling voor beoefenaren CAM

Ook deze strijd is onder het regiem van Renckens smadelijk verloren. Het verwondert dan ook niet dat hiervan in zijn portret geen enkel gewag wordt gemaakt.  De actie Ga voor CAM heeft bij de Nederlandse bevolking – en later ook in de politiek – massaal weerklank gevonden. Uit deze actie blijkt dat, anders dan in het portret wordt geschetst, het gewoon niet waar is dat het publiek de alternatieve geneeskunde nu met meer reserves bekijkt dan 20, 30 jaar geleden. Het is dan ook louter wishfull thinking van Renckens als hij in 2009 verklaart dat ‘de tijd om te oogsten voor de Vtdk is aangebroken’. In strijd met  Renckens’ gedroomde werkelijkheid staat immers ook nog een wettelijk kwaliteitsregister op stapel voor gekwalificeerde CAM-therapeuten onder toezicht van de minister van VWS. Over deze gevoelige BTW-nederlaag jengelt de VtdK overigens nog steeds door, zoals bij haar recente bezoek aan de huidige Minister van VWS in een poging deze zaak opnieuw op de politieke agenda te plaatsen. De VtdK en Renckens zijn bar slechte verliezers.

Baadt hij niet dan schaadt hij niet

Op de laatste bladzijde van het boek (blz 96) wordt de lezer indringend voorgehouden niet lichtzinnig over kwakzalverij te denken, uitgaande van het motto: baadt het niet, dan schaadt het niet. Is hier in de tekst sprake van een merkwaardige Freudiaanse Fehlleistung omdat daar een afgeleide van het werkwoord ‘baden’ in plaats van ‘baten’ is gebruikt? Navraag bij auteur Bas van Lier bracht aan het licht dat de VtdK-correctrice, bestuurslid en Italianiste Sophie Josephus Jitta op dit punt niet in de tekst heeft ingegrepen zodat, gelet op haar onversneden taalkundige kwaliteiten, het er voor moet worden gehouden dat inderdaad bewust het woord ‘baden’ is bedoeld. En zo behoort het ook precies te zijn. Voor Renckens geldt namelijk inderdaad : baadt hij niet dan schaadt hij niet. Want ondanks de vaak lompe aanvallen van Renckens gedurende 23 jaar op de serieuze vormen van CAM en haar beoefenaren, wordt haar positie geleidelijk sterker door toenemend wetenschappelijk bewijs voor haar effectiviteit en veiligheid en wordt een steeds grotere plaats voor CAM ingeruimd binnen de geneeskunde van de toekomst: de integratieve geneeskunde, waarin het beste uit regulier en CAM wordt gecombineerd. Deze geneeskunde van de toekomst zal nog onstuimig doorgroeien, zelfs als het portret van Renckens al lang is vergeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *