Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Andere behandelwijzen > Overige > Metamedicine: 40.000 maal bewezen

Metamedicine: 40.000 maal bewezen

Metamedica, dat kennen we in Nederland. Er bestaan zelfs afdelingen aan universiteiten met die naam. Aan de VU wordt metamedica alsvolgt omschreven: De afdeling Metamedica van het VU Medisch Centrum stelt zich ten doel ziekte, geneeskunde en zorg in een (brede) maatschappelijke context te situeren en door middel van meta-analyse zicht te bieden op sociale mechanismen, culturele patronen en normatieve vraagstukken in de gezondheidszorg en de geneeskunde. Dus was het boeiend om ineens een heel systeem te vinden, onder de naam Metamedicine. Maar Metamedicine heeft niets met metamedica te maken. Metamedicine is een wederom nieuwe loot aan de boom van de niet-reguliere geneeswijzen, waar men uit allerlei verschillende bronnen heeft geput, van de psychosomatiek tot en met de bioresonantie. Een zogenaamd eclectisch systeem dus. Op de website van Metamedicine.nl staat te lezen waarom metamedicine 'anders' is. En we citeren:

metamedicine.jpg

Wat maakt META-Medicine anders?Er zijn meerdere gedachtegangen die ervan uitgaan dat de psyche een invloed heeft op het ziekteproces. Echter deze zijn allemaal zeer generiek, en men heeft het over algemene stressvormen, of het is slecht gedocumenteerd.

Dit systeem is zeer specifiek zoals een rechtshandige vrouw met mammary carcinoma aan haar linker borst.

Dit is een schok ervaring die te maken heeft met haar kind of moeder met betrekking tot scheiding.Deze processen zijn in de praktijk meer dan 40.000 keer bewezen.

40.000 maal bewezen.. 

De tekst die we hierboven citeren staat bol van vreemde uitspraken. Ook de opbouw van deze tekst is vreemd, het lijkt wel of we te maken hebben met een waansysteem van een patient. En de toevoeging dat deze processen (welke?) 40.000 maal bewezen is, lijkt boeiend..vooral als we de onderliggende documentatie zouden vinden daarover. Maar daarvan niets op de website. In het diagram vinden we een indrukwekkend beeld van hoe alles met alles samenhangt….

Specifiek

Metamedicine zou specifiek zijn. Op de website staat hoe het specifiek is:

Elk orgaan is gekoppeld aan een specifieke type schok ervaring. Bijvoorbeeld, de huid (epidermis) reageert naar aanleiding van een verlies-van-contact schok. De borst (ductaal carcinoom = melkgangen) reageert op een scheidingsconflict, en de longen (alveoli) reageren op een angst om dood te gaan. Dit betekent dat het orgaan op een biologisch nuttige manier reageert. Dit wil zeggen dat de longen reageren om meer lucht te krijgen, de melkgangen reageren om meer melk te produceren om beter te kunnen verzorgen. 

Nieuwe psychosomatiek.. 

De internist professor J.J. Groen (1903 – 1990) was in Nederland de grondlegger van de psychosomatiek. In 1938 kwam hij in contact met het werk van de Amerikaan C. D. Murray die stelde ‘dat mensen met een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur colitis ulcerosa ontwikkelen wanneer zij bij een intermenselijk conflict vernederd worden en dit niet op een andere wijze kunnen verwerken’. 

Deze psychosomatische hypothese van Groen werd met name op zeven ziektebeelden uitgewerkt: ulcus duodeni, colitis ulcerosa, asthma bronchiale, essentiële hypertensie, ziekte van Graves (hyperthyreoidie) rheumatoïde arthritis, en neurodermatitis.

De moderne inzichten hebben het onwaarschijnlijk gemaakt dat dit soort simpele en lineaire verbanden bestaan tussen persoonlijkheidsstructuur, ervaring en ziekte.  De zogenaamde psychosomatische specificiteit bleek bij een groot aantal aandoeningen niet duidelijk aantoonbaar te zijn, en is voor een deel van de aandoeningen inmiddels ook achterhaald (bv een maagzweer).

Als we weten hoe ingewikkeld het was om de psychosomatische specificiteit te bewijzen, lijkt de literatuur die de Metamedicine aanhaalt om te bewijzen dat haar visie klopt schrikbarend kort. Bovendien, blijken de aangehaalde bronnen niets anders te zijn dan zelf-gemaakte lijsten, waarvan we er hier een deel weergeven:

Bladder mucosa Territory-marking-conflict, i.e. to define a limit or a position.
Blind gut – appendix Indigestible-anger-conflict, e.g. often connected with ugly situations
Bones Inferiority-conflict; content according to the skeletal parts
Breast – intraductal Separation-fear-conflict, i.e. from mate, child, mother, home or nest.
Breast – mammary glands Worry-argument conflict, i.e. with mate, child, mother, home, nest.
Bronchial asthma Territory-fear-conflict, i.e. somebody is threatening to invade or leave our territory
Bronchial mucosa Sensory territory-fear-conflict
Colon Ugly-indigestible-anger-conflict.
Eye – cornea Strong-visual-separation-conflict, i.e. we lost sight of somebody or something.
Eye – retina Fear-of-attack-conflict, i.e. fear of something we cannot deal with that is threatening or lurking from behind.

 Het moge duidelijk zijn, dat bijvoorbeeld een patient met een retinopathie, een aandoening van het netvlies, niet perse bang is voor iets wat hij niet kan zien..en van achteren plotseling kan toeslaan, terwijl een patient met een lensvertroebeling iemand uit het oog verloren is…Deze relaties zijn niets meer dan mooi klinkende metaforen, die nooit aannemelijk gemaakt zijn, tenzij we die 40.000 bewijzen ergens kunnen vinden…

Vooralsnog een roodaranje stoplicht. Het kan zijn dat er ergens in deze vermicelliberg van de Metamedicine een bepaalde waarde zit, maar het feit dat er nogal vreemd over gecommuniceerd wordt (zie boven), en dat er gebruik gemaakt wordt van abject onwaarschijnlijke behandelwijzen, zoals de NES, een soort bioresonantie machine, maakt dat we deze stroming vooralsnog niet serieus kunnen nemen.  

 

Literatuur

  1. Alexander F., French TM., 1948, Studies in Psychosomatic Medicine, The Ronald Press Company, New York, p.V.
  2. Christie M.J., 1981, in Foundations of Psychosomatics, Eds M.J. Christie and P.G. Mellett, John Wiley & Sons, Chicester, New York, P.5.
  3. Haliday J.L.,, 1948, Psychosocial medicine. A study of the sick society, Norton, New York, Hyman London.
  4. Sifneos P.E., 1973, The prevalence of “alexithymic” characteristic in psychosomatic patients, Psychother Psychosom 22:106-111.
  5. Marty P., de M’Uzan M., 1963, La pensée opératoire, Rev Fr Psychoanal 27 (Suppl): 1345-1356.
  6. Paulley J.W. , Pelser H.E., 1989, Psychological Managements for Psychosomatic Disorders, Springer-Verlag, Berlin Heidelberg New York, London, Paris.
  7. Weiner H., 1986, Die Geschichte der psychosomatischen Medizin und das Leib-Seele- Problem in der Medizin, Psychother. Med. Psychol. 36: 361-391.
  8. Barendregt J.T., 1978, De betekenis van psychotherapeutische bevindingen bij patiënten met Asthma Bronchiale voor de psychosomatische Asthmatheorie, in: Psychosomatische Aspecten van het Asthma, Verslag Kongres 2-3 juni 1978, Ned. Astma Fonds, p209-212.
  9. Groen, J.J., 1947, Psychogenesis and psychotherapy of ulcerative colitis, Psychosom. Med. 9:151-174.
  10. Karush A., Daniels G.E., Flood C, O’Connor J.F., 1977, Psychotherapy in chronic ulcerative colitis, Saunders, Philadelphia.
  11. Paulley J.W., 1974, Psychological management of Crohn’s disease, Practitioner 213; 59-64.

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.