Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Nieuws > IOCOB in de Nieuwsbode van Zeist

IOCOB in de Nieuwsbode van Zeist

Share |

BOSCH EN DUIN - Sinds de dood van Silvya Millecam staat de alternatieve geneeskunde in Nederland in een slecht daglicht. Onterecht, vinden de artsen professor Jan Keppel Hesselink en David Kopsky uit Bosch en Duin, voorzitter en secretaris van de nieuwe stichting IOCOB. Beide mannen werken ook in de reguliere geneeskunde, maar schuwen geen 'complementaire'(aanvullende) methodes als de traditionele manier voor de patiënt te kort schiet.

De Nieuwsbode, 5-8-2004, nieuwsblad voor Zeist en omstreken.

Door René Borkent

De Nederlandse overheid geeft helemaal geen geld meer uit aan onderzoek naar alternatieve geneeswijzen. Ook op de universiteiten is er weinig of geen aandacht meer voor. Er was een tijd dat Nederland in dit opzicht tamelijk voorop liep. Maar de dood van Sylvia Millecam en de discussie die daarop volgde, heeft daaraan een abrupt einde gemaakt. Vooral de ‘Vereniging tegen kwakzalverij’ roerde zich heftig in het debat. ‘Kom met feiten, met bewijzen’, zeiden woordvoerders van die vereniging. Maar Keppel Hesselink zegt: ‘De feiten en bewijzen die we aandragen, worden niet gelezen, worden hooguit ter kennisgeving aangenomen.’ Kopsky: ‘Belangrijk is ook een onderscheid te maken tussen alternatieve en complementaire geneeskunde. Alternatief suggereert dat men afstapt van de reguliere geneeskunde. Dit is kwalijk. Daarom gebruiken we graag de term complementair welke aangeeft dat deze behandelwijzen een aanvulling zijn op de reguliere therapieën’.

Debat ontbreekt

Het meest jammer vindt Keppel Hesselink dat het echte debat ontbreekt tussen voor- en tegenstanders van complementaire geneeswijzen. Keppel Hesselink: ‘Ze wisselen weliswaar argumenten uit, bijvoorbeeld in een vakblad als Medisch Contact, maar de eenmaal betrokken stellingen blijven ingenomen. Er is geen echte dialoog’. Keppel Hesselink en de zijnen hebben wel een belangrijk medestander: de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO). Die pleit in een dit jaar uitgebracht rapport juist voor die dialoog tussen reguliere en complementaire geneeskunde, die in Nederland nu ontbreekt. Al eerder riep de WHO de lidstaten op om de alternatieve geneeskunst meer serieus te nemen.

Keppel Hesselink en Kopsky pleiten voor meer (geld voor) onderzoek naar complementaire geneeswijzen, en vooral de kosteneffectiviteit ervan. En voor meer aandacht voor complementaire geneeswijzen in het onderwijs aan medisch studenten. Keppel Hesselink: ‘Artsen kunnen nu vaak vragen van patiënten over complementaire geneeswijzen niet goed beantwoorden, omdat ze er zelf te weinig van af weten.

Tenniselleboog

Ook artsen zeggen vaak dat er eerst meer bewijzen moeten komen. Keppel Hesselink zegt dat het bewijs in sommige gevallen al lang geleverd is, bijvoorbeeld bij de beruchte ‘tenniselleboog’. Keppel Hesselink: ‘Een tenniselleboog is een lastige aandoening om te behandelen. Chirurgen kiezen voor snijden of injecteren. Fysiotherapeuten hebben weer hun eigen methodes. Maar al die methodes werken niet of nauwelijks. Daar staat tegenover dat er verschillende wetenschappelijke onderzoeken zijn gedaan naar de effectiviteit van acupunctuur bij een tenniselleboog. En wat blijkt? De resultaten zijn daverend positief. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zouden artsen een patiënt met een tenniselleboog eerst naar een acupuncturist moeten sturen, voordat ze iets anders doen. Ook deze feitelijke gegevens hebben we naar de Vereniging tegen Kwakzalverij gestuurd. Niets op gehoord, natuurlijk.’

Stichting IOCOB moet de kentering brengen. De website van IOCOB is nog in ontwikkeling, maar er is al informatie op te vinden. ‘Strakke informatie, geen vage hoop’, zegt Keppel Hesselink. In ontwikkeling op deze site is onder meer een ‘keuzewijzer’, bedoeld om de kwakzalvers te scheiden van de serieuze beoefenaren van complementaire geneeskunst.

Keppel Hesselink en Kopsky gaan ook lesgeven op een van de universiteiten in Nederland. De belangstelling van studenten is overweldigend.

IOCOB onderzoekt momenteel de mogelijkheid om een studie te doen naar de effecten van acupunctuur bij patiënten met brandwonden, die ernstig lijden aan onbehandelbare jeuk volgend op de brandwonden. Uit de ervaring van enkele artsen die bij IOCOB betrokken zijn, blijkt namelijk dat met acupunctuur de jeuk, en ook de pijn, heel goed te behandelen is. Inmiddels is IOCOB in samenwerking  met een revalidatie arts die dit onderzoek graag zou willen opzetten.

Keppel Hesselink benadrukt nog eens: ‘Er is niets mis met de academische geneeskunde. Maar de complementaire geneeskunde is een verrijking daarvan. Voor chronische patiënten is er veel meer mogelijk dan nu gedaan wordt.’

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.