Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Complementaire behandelwijzen > Politiek > Eensgezind onder de ideologische paraplu: de minister van VWS Schippers en de anti-kwakkers

Eensgezind onder de ideologische paraplu: de minister van VWS Schippers en de anti-kwakkers

Share |
Renckens als ideoloog

Cees Renckens, de bekendste representant van de anti-kwakkers, vecht tegen alle vormen van niet-reguliere geneeskunde (“CAM”) (1). Daarbij baseert hij zich niet op wetenschappelijke feiten doch uitsluitend op aan zijn eigen vooroordelen en verenigingsideologie ontleende meningen. Bovendien ontpopt Renckens zich in zijn publicaties over dit onderwerp als een zodanig rabiate straatvechter dat hij een geheel verloederde sfeer rondom dit thema heeft gekweekt waarin elke zinnige discussie over de werkelijke stand van zaken bij voorbaat onmogelijk is gemaakt. Zijn artikelen en die van zijn medestanders wemelen veelal van grove beledigingen jegens vooral CAM-artsen, insinuaties, aantijgingen en meer van dat fraais. In de gelederen van Vereniging tegen de Kwakzalverij wordt  deze ernstige morele ontaarding helaas als de gewoonste zaak van de wereld wordt beschouwd. Maar hier geldt: als  de beschaving wankelt, wankelt de wereld.

Daarover verontrust  heeft stichting IOCOB zich in oktober 2011 met een open brief  (2) gewend tot de minister van VWS, Edith Schippers. Het was IOCOB namelijk gebleken dat ook zij in haar antwoord over CAM op vragen van het Tweede Kamerlid Linda Voortman van Groen Links, een onjuiste, en dus ideologische, voorstelling van zaken gaf over het haars inziens principiële verschil tussen reguliere geneeskunde enerzijds en CAM anderzijds.

De  minister van VWS als ideoloog inzake regulier versus CAM

Het ideologische antwoord van de minister van VWS aan Linda Voortman luidde namelijk als volgt :

De werkzaamheid en effectiviteit van CAM zijn niet wetenschappelijk bewezen en CAM is dus niet ‘evidence based medicine’.

In dat antwoord ligt dus besloten dat de reguliere geneeskunde, in tegenstelling tot CAM, wel evidence based medicine (EBM) is. Deze visie van de minister stemt geheel overeen met het gedachtegoed van Renckens en zijn Vereniging tegen de Kwakzalverij. Daarmee vertelt de minister echter niet de wetenschappelijke waarheid over regulier versus CAM, doch bedrijft zij politieke ideologie.

Vier kernconclusies inzake regulier versus CAM

Vorenstaand antwoord van de minister is in de open IOCOB-brief (2) kritisch geanalyseerd en leidde tot de volgende vier conclusies:

1. Het staat op grond van de feiten vast dat het  overgrote deel van de reguliere geneeskunde  – circa 70% – niet wetenschappelijk bewezen is, en dus niet EBM is, terwijl voor een scala van complementaire behandelvormen wel degelijk wetenschappelijk bewijs bestaat. Er is in dit opzicht dus geen enkel principieel verschil tussen de reguliere geneeskunde en CAM.

2. Zowel in de sector van de reguliere geneeskunde als bij CAM neemt de –  vooralsnog wetenschappelijk onbewezen –  ervaringsgeneeskunde in de klinische praktijk een overheersende plaats in.

3. Uit 1 en 2 volgt dat de door Renckens en de minister van VWS aan ons voorgehouden tegenstelling tussen regulier en CAM  vals is.

4. Als, zoals Renckens en Schippers menen, de aanwezigheid van EBM het beslissende criterium is voor het onderscheid tussen de reguliere geneeskunde en CAM, dan bestaat de reguliere geneeskunde voor circa 70% uit reguliere kwakzalverij.

De  verdere correspondentie met de minister van VWS

Ter wille van het volksgezondheidskundige belang van deze zaak verzocht IOCOB aan de minister in haar open brief  tevens te bevorderen dat een breed samengestelde wetenschappelijke commissie zou worden ingesteld om dit vraagstuk louter vanuit strikt-wetenschappelijk oogpunt in kaart te brengen, mede om dit onderwerp te onttrekken aan het door Renckens c.s. grondig bedorven klimaat rondom het thema ‘regulier versus CAM’.

Het onwelwillende en ontwijkende antwoord van de minister van VWS

De minister van VWS had zich in haar antwoord aan Linda Voortman echter reeds zodanig dogmatisch over dit onderwerp uitgelaten dat zij blijkbaar een ontwijkend en onwelwillend antwoord dd 23 december 2011 (3) nodig had om mede te delen dat zij de instelling van de verzochte commissie uitsluitend een taak achtte voor de desbetreffende beroepsgroepen, maar niet voor haar als bewindsvrouwe. Met geen woord repte de minister echter over de  indringend aan de orde gestelde valse tegenstelling tussen regulier en CAM omdat zij dan denkelijk moest erkennen zich in haar antwoord aan Linda Voortman ernstig te hebben vergaloppeerd. De argumenten in de open IOCOB-brief over deze valse tegenstelling tussen regulier en CAM waren de minister van VWS blijkbaar onwelgevallig. Een open discussie hierover werd  dus door deze minister afgesneden waardoor zij de wetenschappelijke waarheid over dit onderwerp heeft geïmmuniseerd, en dus ongevoelig heeft gemaakt voor gefundeerde kritiek.

Open antwoord  aan de minister van VWS

Op deze opstelling van de minister reageerde IOCOB uitvoerig in haar open antwoord dd 23 oktober 2013 (4). Daarin betoogde IOCOB dat de minister zich niets aantrok van het verwijt met twee verschillende maten te meten om de door haar veronderstelde superioriteit van de reguliere geneeskunde ten opzichte van CAM zonder meer te poneren. Het gebruik door de minister van een dubbele weegschaal  blijkt ook uit feit dat zij kort daarvoor het bestuur van de Vereniging tegen de Kwakzalverij eigener beweging op haar departement had uitgenodigd, een blijk van gastvrijheid dat zij later niet wenste te betonen aan de stichting IOCOB.  De minister had zich op 8 oktober 2011 zelfs per videoboodschap tot de Vereniging gewend ter gelegenheid van het afscheid van Renckens als voorzitter. Die boodschap is te zien en te beluisteren door Google aan te klikken en daar dan de volgende tekst in te voeren: videoboodschap Schippers kwakzalverij YouTube. Ofschoon de minister in haar schriftelijke antwoord aan IOCOB de schijn wekt dat zij een neutrale en onbevooroordeelde opstelling jegens CAM inneemt, toont zij in deze opmerkelijke videoboodschap haar ware gezicht. In strijd met de in haar brief beleden neutraliteit tussen regulier en CAM en de bepleite keuzevrijheid van de patiënt wat betreft de door hem gewenste geneeswijze, roept zij de Nederlandse apothekers namelijk nota bene op om alle homeopathische preparaten uit hun schappen te verwijderen. En haar ronduit vijandige uitspraak jegens CAM blijkt ook uit haar oproep aan de op de vergadering aanwezige antikwakkers om ‘de aantrekkelijkheid van alternatieve geneeswijzen te relativeren’.

Niet de wetenschap, maar het eigenbelang en de politiek beheersen het debat over regulier versus CAM

Renckens en Schippers manifesteren zich hier als een eensgezind duo dat zich onder dezelfde ideologische paraplu immuun waant  voor de wetenschappelijke feiten. Hun cesuur tussen regulier en CAM berust echter niet op wetenschap maar op het eigenbelang en het bedrijven van politiek. Het zij hier herhaald : reguliere geneeskunde is voor het overgrote  deel wetenschappelijk niet bewezen, en CAM is dat evenmin. Beide takken van geneeskunde steunen in de klinische praktijk namelijk goeddeels op zinvolle ervaringsgeneeskunde, en nemen in dit opzicht dus een identieke positie in bij het medisch handelen. En als CAM-artsen naar andere ervaringen op zoek gaan dan hun reguliere collegae, en zij deze ervaringen een nuttige aanvulling achten op hun bestaande klinische expertise, betekent deze additioneel verworven kennis alleen maar een verrijking voor hun patiënten.

De minister is daarna niet meer inhoudelijk ingegaan op het open IOCOB-antwoord aan haar. Ook is het IOCOB-verzoek om  over dit thema op haar departement van gedachten te wisselen, in een kort beleefdheidsbriefje (5) van de hand gewezen. En dit terwijl deze bewindsvrouwe toch ook de minister is van alle patiënten die in Nederland van CAM gebruik wensen te maken.

Het EBM-criterium in de reguliere klinische praktijk nader bezien

Thans dringt zich de vraag op of het EBM-criterium in de klinische praktijk überhaupt wel een bruikbare maatstaf is voor het wetenschappelijke bewijs inzake de werkzaamheid, effectiviteit en veiligheid van regulier-medische interventies. Het verrassende antwoord op die vraag luidt ontkennend. Daartoe wordt verwezen naar het in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde op 12 januari  2012 geplaatste filmpje (12 minuten) van de voordracht van prof. dr Yvo Smulders, (regulier) hoogleraar interne geneeskunde aan de VU, over dit onderwerp. Onder de veelzeggende titel ‘Het evidencebeest ’ komt professor Smulders ondermeer tot de conclusie dat slechts 1 op de 120  patiënten – ja, u leest het goed – met EBM wordt behandeld.

IOCOB heeft aan deze voordracht van Smulders uiteraard aandacht besteed in het opstel ‘Het evidencebeest getemd’ waarop men,  door op haar website rechtsboven in het zoekvenster de naam Smulders in te typen, vanzelf naar het artikel wordt geleid en men het filmpje aldaar kan aanklikken en op zijn ontgoochelde reguliere brein kan laten inwerken. De wetenschappelijke waarheid omtrent EBM is in de klinische praktijk dus aanmerkelijk minder simplistisch en in het geheel niet dwingend  ten gunste van ‘regulier’ zoals  Renckens c.s. en Schippers ons voorspiegelen. Maar Renckens en Schippers vertoeven liever ongestoord in de republiek van regulier-medische ficties.

Bewezenheid van complementaire behandelvormen

Een andere volgende vraag is: hoe is het gesteld met de bewezenheid van allerlei complementaire behandelvormen? Op de website van IOCOB wordt daartoe al jaren lang een staalkaart van gedegen wetenschappelijk onderzoek naar CAM met bronvermelding  gepresenteerd. Uit die onderzoeken (zoals betreffende acupunctuur, homeopathie , natuur- en voedingsgeneeskunde, lichaamswerk e.d.) blijkt dat een scala van CAM-interventies niet alleen EBM-bewezen werkzaam en effectief is, maar vaak ook veiliger en veelal goedkoper dan reguliere behandelvormen. Bij wijze van voorbeeld het vakgebied van de zogeheten nutritionele oncologie waarbij gerichte voeding en specifieke micro-nutriënten worden ingezet ter preventie dan wel aanvullend bij de remming casu quo de genezing van kanker.

Nutritionele oncologie. Bewezen effectief en zinvol

Door een team van medische specialisten, in de USA allen verbonden aan reguliere topziekenhuizen zoals Harvard Medical School en Memorial Sloan Kettering Cancer Center, is in het jaar 2000 het standaardwerk ‘Nutritional Oncology’ ( 822 bladzijden) gepubliceerd, waarin de betekenis van de toepassing van voedingsinterventie als complement op de gangbare aanpak van kanker is uiteengezet. In 2006 is de second edition verschenen. Deze zogeheten integratieve aanpak van kanker wordt  reeds lang in de USA toegepast door de koepelorganisatie van regulier-academische ziekenhuizen, genaamd Consortium of Academic Health Centers for Integrative Medicin waarin thans meer dan 50 vooraanstaande universitaire centra zijn verenigd (zoals Stanford University, Harvard Medical School, Mayo Clinic, John Hopkins University en Yale University enz). In navolging daarvan is in Nederland de denktank het ‘Nederlands Genootschap voor Orthomoleculaire Oncologie’ opgericht door een aantal gespecialiseerde natuurartsen; zie www.ngoo.nl.  Op haar website is een literatuurlijst is gepubliceerd met thans 1848 gerandomiseerde (en veelal tevens dubbelblinde) clinical trials naar de curatieve effecten van gerichte voeding bij de diverse vormen van kanker, en 303 onderzoeken betreffende nutriënten die een preventief effect hebben op kanker. Renckens bestempelt een dergelijke aanpak uiteraard als pure kwakzalverij terwijl  ook Schippers het belang ervan wenst te ‘relativeren’ (een chique woord voor ‘ontkennen’). Wie bij de vooruitgang van de medische wetenschap en zinvolle ervaringsgeneeskunde echter het eigen prestige vooropstelt in plaats van het welzijn van de patiënt, laat zich hier misleiden door de sektarische denktrant van Renckens c.s. en Schippers welke uitermate schadelijk is voor de volksgezondheid.

De effectiviteit van CAM vergeleken met die  van regulier

De  meest gezaghebbende database voor medisch-wetenschappelijk onder-zoek is genaamd Cochrane Reviews. Daarin is een vergelijkende analyse te vinden van 160 reguliere onderzoeken en  145 CAM-onderzoeken. De uitkomst was (6):[1]

NBK83790]

(Possible) effect: Conventional 41,3%; No effect 20% ; en Harmful 8,1%.

(Possible) effect: CAM 38,4 %; No effect 4,8 %; en Harmful 0,69%.

Uit dit onderzoek blijkt dus dat er nauwelijks verschil is in bewezen effectiviteit tussen reguliere geneeskunde en CAM, maar wel scoort CAM wat betreft veiligheid en het ontbreken van effect aanzienlijk gunstiger dan regulier. Dus ook hier is EBM geen onderscheidend criterium voor de cesuur tussen tussen regulier en CAM .

Het motto van Renckens: Don’t confuse me with facts

Renckens houdt zich stekeblind voor deze wetenschappelijk feiten, niet alleen rondom CAM maar zelfs voor het –  in reguliere kringen eveneens breed onderschreven – feit dat van de reguliere behandelvormen het overgrote deel wetenschappelijk niet bewezen is. Renckens ventileert slechts zijn door vooringenomenheid beheerste meningen vanuit het motto: ‘Don’t confuse me with facts’. Niet te bevatten is voorts het feit dat Renckens de effectiviteit van CAM bij voorbaat ontkent, terwijl hij tegelijkertijd een fel tegenstander is van wetenschappelijk onderzoek naar CAM dat zijn gelijk immers zou kunnen   bevestigen. Renckens reduceert de geneeskunde uitsluitend tot de door hem zelf geaccordeerde geneeskunde, en al hetgeen buiten zijn eigen scope valt is volgens hem onzin, want geheel onwerkzaam of placebo. Renckens gaat daarbij zo ver dat hij CAM-artsen zelfs hun bul wil afnemen en pleitbezorger is van een wettelijk Berufsverbot. Reguliere geneeskunde in deze vorm is dus ook totalitaire geneeskunde omdat  al degenen die ongehinderd door vooroordelen op zoek wensen te gaan naar de echte wetenschappelijke  waarheid over CAM, volgens Renckens maatschappelijk moeten worden geliquideerd. Een huiveringwekkende ideologie. Om zijn afschuw over CAM-artsen kracht bij te zetten citeerde Renckens in zijn jaarrede op de jaarvergadering van zijn Vereniging in 2008 zelfs de Nazi-misdadiger Hermann Goering door diens oproep : ‘Wenn ich das Wort (…)  hore,  entsichere ich meinen Browning ‘ naar analogie op de groep van CAM-artsen van toepassing te verklaren.

Minister Schippers in de fuik van de ideologie

Edith Schippers, van huis uit politicologe, blijkt de schadelijke ideologie van Renckens en zijn Vereniging tegen de  Kwakzalverij – inclusief hun ondermaatse uitingsvormen – van harte te hebben omarmd. Het beruchte filmpje waarin de minister van VWS publiekelijk de homeopathie naar de prullenmand verwijst, heeft zelfs zo veel verontwaardiging veroorzaakt dat een particulier initiatief recentelijk een petitie heeft georganiseerd waarin het aftreden van de minister wordt geëist. Inmiddels hebben reeds ruim 23.000 sympathisanten deze petitie ondertekend. Het feit tenslotte dat Renckens en zijn Vereniging erin zijn geslaagd om deze minister van VWS in de fuik van hun ideologie te laten lopen, is uitermate verontrustend en vergt dan ook de uiterste waakzaamheid van alle beoefenaren van CAM-artsen en hun patiënten. Maar ook de Nederlandse parlementariërs moeten er thans echt van doordrongen zijn hoezeer deze minister van VWS in de valse boodschap van Renckens c.s. verstrikt is geraakt en om die reden in haar aversie tegen CAM moet worden beteugeld, wil de politiek ontkomen aan het verwijt dat bij het thema ‘regulier versus CAM’ niet de waarheid, maar de hardnekkige leugen regeert.

Noten

(1). Zijn opvolger, Catherine de Jong, anesthesiologe, is vergeleken met haar voorganger een lichtgewicht doordat zij er zich tot op heden toe beperkt diens malicieuze uitspraken over de beoefenaren van CAM, stelselmatig te dupliceren .

(2). Mr N.H.de Vries, Open brief aan de Minister van VWS dd 18 october 2011. Zie www.iocob.nl (de woorden ‘open brief’ intypen in het zoekvenster rechtsboven).

(3). Antwoord Minister van VWS op de Open brief dd 23 december 2011. Voor de vindplaats zie men noot 2.

(4). Open antwoord van Mr N.H. de Vries aan de Minister van VWS dd 5 januari 2012. Voor de vindplaats zie men noot 2.

(5). Dit korte zogeheten KIR-briefje- KIR staat voor ‘kluitje in het riet’- is hier niet opgenomen.

(6). Zie Frans Kusse, Kinderen en integrative medicine, ArtsenNet 23 oktober 2013, noten 1 en 2 aldaar.

Referentie

[1] Committee on the Use of Complementary and Alternative Medicine by the American Public Board on Health Promotion and Disease Prevention |  Complementary and Alternative Medicine IN THE UNITED STATES | The National Academies Press |  2005

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *