Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Extra > TV programma Uitgedokterd > Overpeinzingen van onze DM specialist

Overpeinzingen van onze DM specialist

Share |

Door vakantie en congres bezoek heb ik de uitzending van 4 juni van de week eens een aantal keer bekeken. Ik vond een leuke en goede discussie met wel wat zwakkere punten er in. Ik wil graag een paar punten aanstippen en met een iets wat afstandelijke onafhankelijke kijk commentaar leveren.


Placebo

Een eerste punt is dat collega Smout zegt dat het eigenlijk wel eens placebo effect kan zijn geweest bij zijn patiënte met ayurvedische behandelingen.

Maar het was zijn patiënte en zij was uitgedokterd wat hij beaamde. Als 40-60% van de patiënten met een prikkelbaar darm syndroom verbeterd, waarom hebben ze dan wel een therapie gestart die blijkbaar niets uithaalde als het toch overgaat, flauwekul-therapie dus volgens collega Vermeulen. H

et feit dat klachten verminderen en de kwaliteit van leven verbeterd moet toch het doel zijn van alle behandelaars.

Hij zou geen verder interventie doen! Dus is het dan “placebo” of gewoon een additionele behandeling die klachten aanpakt die zijn reguliere medicijnen niet doen en dan inderdaad de natuurlijke verloop van herstel bevorderen zoals college Keppel Hesselink terecht opmerkt.

Communicatie en diagnose binnen seconden

Ik vond het jammer dat de discussie over de tijd die een complementaire behandelaar aan zijn/haar patiënt besteed niet verder werd uitgebreid. Terecht gaf college Blankenstein aan dat die communicatie over en weer zo belangrijk is en dat er SAMEN goed gediagnosticeerd wordt en behandelingen worden door besproken, bevorderd de compliance dus zou iedereen toch we.

Opvallende studies (Galland L, Hippocrates, August 1998:33-4 en Groopman J., How Doctors Think; Houghton Lifflin, 2007) in de VS laten zien dat “reguliere” artsen binnen 7 seconden een patiënt onderbreken in zijn/haar gesprek.

Nog dramatischer is dat er binnen 15sec een diagnose gesteld wordt door de reguliere arts en daar niet (of nauwelijks) meer van afwijkt.

Tevens laat deze studie zien dat het dus afhankelijk van het specialisme van de arts de diagnose ook in de lijn is met zijn specialisatie, die zouden kokervisie noemen volgens mij.

Gelukkig waren er buiten de irreëel kritische reguliere artsen Vermeulen en Koene ook regulieren artsen die zien dat het samenwerken, leidt tot een betere en optimalere behandeling van de patiënt en vooral een blijere patiënt. En natuurlijk staat buiten kijf dat zonder samenspraak geen reguliere medicijnen gestopt moeten worden.

Diagnose stellen


Een andere interessante discussie was over het feit dat complementaire geneeskunde geen diagnose stellen. Wat voor diagnose is geïrriteerde darm of zelf metabool syndroom?

Dat is ook maar een verkapte manier om te zeggen we kunnen geen AANTOONBARE oorzaak vinden dus we weten het eigenlijk niet maar we geven het deze naam en proberen wat met verschillende therapieën.

Meta-analyse


Maar het meeste heb ik mij verbaasd over de bewijsvoeringdiscussie en meta-analyse interpretatie.

Om het even duidelijk te stellen, inderdaad het lezen van literatuur en analyses is niet eenvoudig nee, dat klopt maar collega Vermeulen doet het net zo slecht, of goed als Collega Keppel Hesselink of elke andere onderzoeker.

Nog sterker als je zoveel onbegrijpelijke hogere wiskunde moet toepassen, wat maar een zeer select groepje wetenschappers snapt, om aan te tonen dat je medicijn/behandeling een “beter” effect heeft dan een neppil dat is het met de geloofwaardigheid ver te zoeken, toch, iedere wel denken mens zou een studie toch moeten snappen of niet dan?

Je neemt 3000 mensen in de ene groep en 3000 mensen in de andere en een verschil van 0.01% wordt nog statistisch significant, maar dit wil toch niet zeggen dat het dan werkt, of helpt of wat doet?

Als wetenschapper denk ik dat ik best een oordeel kan geven over statistiek en de interpretatie van statistiek, zeker omdat ik een biomedische achtergrond heb dus mijn statistiek opleiding is veel uitgebreider dan de gemiddelde arts. Statistiek is een hulpmiddel geen doel op zich.

Er zijn een aantal erg leuke waarnemingen in de gehele wetenschappelijke literatuur (regulier en complementair).

1) Regression to the mean, met twee betekenissen;

a) hoe vaker je iets meet hoe kleiner de variatie wordt en dus ook hoe groter de kans wordt dat hele kleine verschillen significant worden;

b) hoe vaker iets gemeten wordt hoe “mooier” de lijn door een correlatie tussen diverse parameters worden (ook een kleinere variatie).

Er zijn maar weinig meta-analyses die een significant effect laten zien, als je alle studies optelt krijg je ook regression to the mean, het wordt gewoon 1.

De effecten worden gemiddeld genomen steeds kleiner als je meer mensen gaat behandelen, er is namelijk zo iets als biologische variatie. Deze variatie neemt de reguliere geneeskunde nauwelijks serieus en zeggen simpel; door maar voldoende mensen te behandelen zien we wel een effect. En dat klopt de verschillen worden dan wel kleiner maar een effect wordt wel statistische significant. Dus personalized medicine is in de reguliere hoek erg ver te zoeken terwijl dat in de complementaire hoek voorop staat.

Het gaat volgens mij om de behandeling in zijn geheel en niet of je pil a of b geeft aan iedereen met een bepaalde klacht. Iedereen is anders en heeft bijvoorbeeld een andere hoeveelheid nodig, vaker per dag, minder vaak per dag en zo voort.

In deze specifieke discussie had collega Koene het er over dat de reguliere geneeskunde continue kijkt of een therapie/medicijn werkt.

Nou daar kunnen we heel kort over zijn, post-martketing survey is nihil tot 0.

Ook werd er gesteld dat de complementaire geneeskunde alleen de positieve studies er uitpikt, dat gebeurt met de reguliere geneeskunde net zo hard.

Recente artikelen en editorials in Science en Nature laten zien dat de evidence based reguliere geneeskunde zich gewoon laat voeren door goed vertrouwen in de farmaceutische industrie en geld. 

Het is duidelijk dat er gewoon goed gediscussieerd moet worden met mensen als collega Vlieger, Von Rosenstiel en Blankenstein die duidelijk zijn in hun visie op de complementaire geneeskunde, samenspraak en hebben de patiënt, en dan echt de individuele patiënt in het oog en niet een ziekte.

Helaas blijken de protestanten Noord Europese artsen wat lastiger, vind trouwens geen enkel hard bewijs dat medicijn gebruik in bv Duitsland zoveel hoger is dan in ons land, dus om daarmee de discussie dat onze omringende landen makkelijker zijn in therapie en medicijn gebruik te gebruiken om te verklaren dat ze meer complementaire (dus onzin) therapieën gebruiken is een beetje flauw en onreëel. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *