Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Complementaire behandelwijzen > Scholier over alternatieve versus reguliere geneeskunde

Scholier over alternatieve versus reguliere geneeskunde

Share |
IOCOB volgt het nieuws op het gebied van alternatieve en complementaire geneeskunde en behandelvormen. Het is daarom ook leuk om eens een scholier aan het woord te laten, uit 6 VWO, die zijn scriptie publiceerde op het net. Kijken we eens wat daar gezegd wordt:

REGULIERE VS ALTERNATIEVE GENEESKUNDE

Alternatieve geneeswijzen worden vaak gezien als ‘zweverig’. Het is inderdaad zo dat vele van deze geneeswijzen nogal spiritueel zijn. Woorden als ‘aura’, ‘chakra’ en ‘mantra’ komen veelvuldig voor in de behandelingswijze en beschrijving van bepaalde takken van de alternatieve geneeswijzen.

Het grote verschil tussen reguliere en alternatieve geneeskunde is het voorschrijven van de medicijnen voor een bepaalde klacht. Alternatieve genezers gaan ervan uit dat klachten ook veroorzaakt en gemanipuleerd kunnen worden door de psyche van de mens. Gewone artsen kijken alleen naar de klacht zelf, en schrijven dan een medicijn voor, welk voor dezelfde klacht ook gewoon hetzelfde medicijn is. Alternatieve genezers echter zoeken naar de ‘oorzaak’ van de klacht, en stellen daar het medicijn op in.
Als er bijvoorbeeld een aantal mensen last hebben van hun darmen, zou een gewone arts ze allemaal hetzelfde medicijn geven, waarmee de symptomen onderdrukt worden. Maar een (goede) alternatieve genezer zou de oorzaak van de klachten eerst onderzoeken, omdat de darmklachten, die qua lichamelijke uiting hetzelfde is voor elk persoon, verschillende oorzaken kunnen hebben die onderling helemaal geen overeenkomsten hebben.

Hoewel de reguliere geneeskunde absoluut onmisbaar is in de hedendaagse maatschappij, en vele levens kan redden, is het toch verstandig om niet meteen te denken dat alles hierbuiten niet goed kan zijn. In de alternatieve geneeskunde is men ervan overtuigd dat het lichaam en de geest een eenheid zijn. Dit vormt dan ook het uitgangspunt van deze geneeswijzen.
Het gescheiden houden van lichaam en geest wordt voornamelijk in stand gehouden doordat de geneeskunde zelf ook in verschillende hokjes gestopt wordt. Er zijn voor elk lichaamsdeel specialisten. Maar de specialisten weten niet veel van de andere vakgebieden, en dus is de kennis van en over een patiënt verdeeld deze verschillende specialismen. En als de reguliere geneeskunde al verdeeld is over allerlei hokjes, is het moeilijk om van lichaam en geest wel een eenheid te maken.

In de reguliere geneeskunde wordt vaak gezegd dat de alternatieve geneeskunde niet-werkend is, en als ze wel een succes behalen, wordt dat bestempeld als het placebo-effect. Het placebo-effect is het fenomeen dat klachten kunnen verdwijnen, als de patiënt een nepmedicijn voorgeschreven krijgt, terwijl hij denkt dat het een echt werkend medicijn is. Als de arts dan vertelt dat het ‘medicijn’ ook bijwerkingen heeft, krijgt de patiënt daar vaak prompt ook last van. Dit placebo-effect laat dus zien dat de mens zichzelf weer beter of zieker kan maken, zonder extra toegevoegde medicijnen.
Maar het blijkt dat steeds meer genezingen in huisartsenpraktijken ook te danken zijn aan het placebo-effect. De manier waarop de arts de patiënt benadert, heeft ook een heilzame werking. Als een arts goed naar de patiënt luistert, de bloeddruk opmeet, een paar testen doet, en daarna zegt dat hij zich geen zorgen hoeft te maken, dan voelt de patiënt zich vaak al een stuk beter. Bovendien wordt ook in de reguliere geneeskunde gezegd dat 75% van de kwalen zichzelf geneest.
Dus als de reguliere geneeskunde de alternatieve geneeskunde verwijten maakt over het placebo-effect, en dat de therapieën niet-werkend zijn, zouden ze de hand in eigen boezem moeten steken, aangezien dat in hun eigen vakgebied net zo goed voorkomt. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet dus.

VERSCHILLENDE ALTERNATIEVE GENEESWIJZEN

§1. Inleiding

In de alternatieve geneeskunde bestaan er in Nederland alleen al 130 varianten. Er zijn natuurlijk wel een aantal hoofdstromingen, zoals acupunctuur, homeopathie, natuurgeneeskunde en antroposofische geneeskunde, maar deze vallen allemaal uiteen in kleine substromingen.
Omdat er zo verschrikkelijk veel stromingen bestaan, worden ze in dit werkstuk niet allemaal besproken. Een paar hoofdstromingen worden kort besproken, en op twee, acupunctuur en homeopathie, wordt dieper ingegaan.

§2. Kleinere takken van de alternatieve geneeskunde

2.1 Klanktherapieën

Klanktherapieën werden al 20 000 jaar geleden door de aboriginals uitgeoefend. Ze gebruikten hiervoor de digeridoo. De grondtonen die dit instrument voortbrengt worden gezien als aardetonen, de boventonen worden gezien als kosmische tonen. Deze twee tonen, in combinatie met zang en klankschalen, hebben invloed op de hersenen, het zenuwstelsel, de meridianen en de energiecentra’s. al deze frequenties samen vormen een trillingsveld, waar genezing kan plaatsvinden.
De achterliggende gedachte van de klanktherapie is dat iedere gedachte, daad en emotie zijn eigen trilling heeft. Omdat geen enkel mens hetzelfde is, hebben ze ook allemaal een andere, specifieke grond- of zieletoon. Omdat ziekte een verstoring tussen lichaam en geest is, komen er verdichtingen in de in de trillingsbeweging. Dit zorgt voor blokkades. Door klanktherapie worden de verdichtingen weggewerkt, en de frequenties weer op de juiste tonen geplaatst.
“Door het opnieuw afstemmen op dat wat wezenlijk is, wordt je weer herinnerd aan wie je wezenlijk bent en kunnen inzicht en genezing zich op een natuurlijke wijze ontvouwen.”, aldus Irene Pool, een klanktherapeut.

2.2 Hirudotherapie

In de middeleeuwen al werden bloedzuigers gebruikt bij aderlatingen. Voornamelijk bij aderlatingen voor kinderen, omdat dat minder pijnlijk zou zijn. Maar toen dacht men dat de aderlatingen ziekten genazen. Niets is minder waar. Het waren namelijk de bloedzuigers die genezende krachten hadden!
Bij hirudotherapie wordt gebruik gemaakt van medische bloedzuigers. Er zijn namelijk ongeveer 400 soorten van deze beestjes, waarvan maar drie als medisch bruikbaar bekend staan. Als deze bloedzuigers hun tanden in een mens zetten, komen er vanuit zijn speeksel onder andere hirudine, chemotripsine en destabilase in het bloed. Deze stoffen herstellen storingen in de bloedcirculatie. Bovendien heeft hun speeksel een pijnstillende werking. Uit onderzoek van artsen uit de Essen-Mite Kliniek in Duitsland, bleek dat de pijn van een aantal chronisch zieken afnam, als ze dagelijks een tijd met deze bloedzuigers op hun huid hadden doorgebracht.
Vele kwalen kunnen behandeld worden met deze bloedzuigers. Onder andere een te hoge bloeddruk, tromboses, migraine, rug-, arm- en beenpijnen, muisarmen, infarcten van hart en hersenen, prostaatontstekingen, bepaalde vruchtbaarheidsproblemen. Ook kan de huid verjongd worden, en de bloedcirculatie in de huid na plastische chirurgie of huidtransplantatie kan hersteld worden.

2.3 Edelstenentherapie

De edelstenentherapie vindt zijn oorsprong in de Oosterse geneeskunde. De werking van de edelstenen berust op de energietrillingen van materie. Door zo’n edelsteen op de huid te dragen wordt het menselijk lichaam, dat ook uit trillingen bestaat, beïnvloed. Bepaalde stenen hebben een grote invloed op klachten en ziektes. Deze invloed kan zo groot worden dat het probleem verdwijnt.

.2.4 Reiki

Reiki is rond 1900 ontwikkeld door de Japanner Mikao Usui. Hij was zeer geïnteresseerd in het genezen van mensen, met name de manier hoe Jezus in de Bijbel mensen genas. Hij reisde de hele wereld over om zich te verdiepen in deze manier van genezen. Hij vond nergens een goed antwoord. Toen hij weer in zijn thuisland kwam, kreeg hij toestemming om de geschriften van de leer van Boeddha te bestuderen. Daar kwam hij passages tegen over de handopleggingen van Boeddha, die sterk leken op Jezus’ manier van genezen. Van de abt van het klooster waar de geschriften bewaard werden, kreeg Usui de opdracht om 21 dagen lang op een berg te mediteren en te vasten. Dan zou hij of ant
woord krijgen, en verder kunnen gaan met zijn missie, of er zou niets gebeuren, wat zou betekenen dat hij zijn onderzoeken moest staken. Usui kreeg op de laatste dag van de 21 dagen een visioen over reiki, en hij kon vervolgens mensen met handopleggingen genezen. Hij wijdde vervolgens een aantal mensen in in de geheimen van zijn pas ontdekte geneeswijze.
Reiki is een soort energie. Deze energie wordt door de handoplegger doorgegeven aan de patiënt. Reiki heeft vele eigenschappen. Het ontspant, lost energetische blokkades op, ontgift het lichaam en versnelt het herstel van klachten, pijn en ziekte, het opent geest zodat bewustwording van de oorzaken van problemen en krachten mogelijk is, het brengt mensen dichter bij hun ware Zelf.
Reiki is dus bij elke klacht of situatie toepasbaar. Klachten kunnen snel(ler) verdwijnen; als de klachten niet verdwijnen kan de patiënt er beter mee omgaan, en bij terminaal zieken zal reiki ondersteunen in het stervensproces.

2.5 Ayurveda

Zoals al eerder in dit werkstuk verteld is, stamt de ayurveda uit het oude India. De ayurveda is eigenlijk niet alleen een gezondheidssysteem, maar een levensvoorschrift. Er wordt in beschreven hoe je zou kunnen leven als je graag oud wilt worden.
De leer van de ayurveda gaat om een paar belangrijke dingen. Een gezond mens leeft in eendracht met de schepping. In alle levende wezens zijn drie ‘bio-energetische’ krachten actief: Vata, kracht van beweging, Pitta, kracht van transformatie en Kapha, kracht van structuur. Ieder mens wordt geboren met eigen, unieke combinatie van deze drie krachten. Door een verkeerde leefwijze kunnen deze krachten uit balans raken. Dit kan uiteindelijk ziekte veroorzaken. De ayurveda probeert dan het evenwicht weer te herstellen. Hierbij wordt de mens als een geheel gezien. Lichamelijke, psychische en spirituele krachten hangen samen en beïnvloeden elkaar. De ayurveda gaat er van uit dat de mens het vermogen heeft om zijn gezondheid te behouden of te beïnvloeden.
De ayurveda behandelt met verschillende geneeswijzen. Massage, verandering van leefwijze, meditatie, psychotherapie en kruidentherapie zijn daar enkelen van.

§3. Klassieke homeopathie

.3.1 Geschiedenis

Zoals al eerder geschreven is het principe van de homeopathie, similia similibus curantur, in de achttiende eeuw door Samuel Hahnemann. Hahnemann was een arts die niet tevreden was met de geneeskunde uit die tijd. Hij wilde deze geneeskunde, die hij gestudeerd had, liever niet toepassen, en verdiende daarom zijn brood met het vertalen van medische boeken. Hij bouwde zo een enorme kennis op over verschillende soorten medicijnen.
In 1970, toen hij de Materia Medica van professor Cullen van de London University aan het vertalen was, landde hij aan bij het hoofdstuk over kina. Kina, of kinabast was een bekend medicijn tegen koorts. Vele van deze koortsen konden bestreden worden met dit medicijn, maar vaak deed het ook meer kwaad dan de koorts zelf. Over de werking werd nog steeds getwist door geleerden. In het werk van Cullen stond dat kina werkte door de bittere smaak ervan. Hahnemann vond dit een vreemde verklaring, en besloot het zelf te gaan testen. Hij begon zelf kinabast in te nemen, en beschreef zijn resultaten. Hij verklaart daarin dat hij koortsaanvallen van de stof kreeg, vergelijkbaar met de symptomen die het medicijn zou moeten verlichten. Hij begon de gevallen te onderzoeken waarbij kina als werkend medicijn was gebruikt. De symptomen van deze gevallen waren dezelfde die hij bij zichzelf had opgewekt door de inname van kinabast.
Nu wilde hij kijken of hij het voorval met de kinabast ook met andere medicijnen zou kunnen opwekken. Hij begon met het onderzoeken van kwik. Kwik werd in die tijd gebruikt voor het genezen van geslachtsziektes. Hahnemann kwam erachter dat mensen met kwikvergiftiging dezelfde symptomen vertoonden als de geslachtszieken. Ook met zwavel, een medicijn tegen schurft, bleek dit het geval te zijn. Hahnemann had met deze resultaten een wetmatigheid ontdekt: “een stof die symptomen teweegbrengt bij een gezond persoon, geneest deze symptomen bij een zieke.”
Het enige wat hij nu nog moest doen was het bewijs leveren dat deze wet algemeen geldig was, en dat hij dus algemeen toegepast kon worden. Een aantal andere artsen, die ook onvrede hadden met de geneeskunde in die tijd, waren bereid hem te helpen. Ze namen zes jaar lang verschillende stoffen en medicijnen in, en hielden in die tijd gedetailleerde aantekeningen bij over hoe de stof hun gezondheid beïnvloedde.
Toen Hahnemann zijn bevindingen publiceerde, brak er tumult los in de Europese medische kringen. Deze nieuwe geneeskunde stond haaks op de traditionele geneeskunde van toen. Maar hij vond ook aanhangers in zijn theorieën, en vele mensen wilden op homeopathische wijze worden behandeld.

3.2. Uitgangspunten van de klassieke homeopathie

De klassieke homeopathie onderscheidt zich van de meeste andere geneeswijzen, omdat de uitgangspunten gebaseerd zijn op natuurwetten. Zo geldt dat elke levensvorm van nature de drang heeft om te overleven. Dus als er verstoringen zijn in het organisme, zal deze er alles aan doen om deze verstoringen weg te werken. Homeopaten zijn van mening dat de ziektesymptomen die bij het wegwerken van de verstoringen horen noodzakelijk zijn voor de genezing, en dus niet onderdrukt moeten worden. Een homeopaat spoort de zelfgenezingskracht aan datgene te doen, waar hij anders niet toe in staat was. Het meest schadelijke symptoom verdwijnt dan als eerste, de symptomen verschuiven als het ware van een gevaarlijke naar een minder gevaarlijke situatie.
Geneesmiddelen moeten alleen gebruikt worden ter ondersteuning van genezing. Het geneesmiddel moet de taak van het lichaam om zichzelf te herstellen niet verhinderen. Om het juiste geneesmiddel te kunnen vinden dat gelijke symptomen veroorzaakt bij een gezond persoon, is het noodzakelijk dat de patiënt wel symptomen heeft. Een voorbeeld: homeopathie schijnt preventief te werken tegen zonnebrand. Dat is onzin, want als je niet wil verbranden, moet je niet te lang in de zon liggen. Pas als iemand echt verbrand is, zijn er symptomen, dus pas dan kan de homeopathie iets doen. Omdat bij de homeopathie similia similibus curantur geldt, kan preventief gebruik juist de ziekte opwekken.
Er wordt door iedereen gesuggereerd dat homeopathie synoniem is aan veilig. Maar de middelen die ons zo door de reclame worden aangeprezen, horen eigenlijk thuis in de natuurgeneeskunde. Ook door drogisten en apothekers worden klinische- en complexhomeopatie samen met natuurgeneeskunde op ‘een hoop gegooid’. Aanbevelingen van preventief gebruik van homeopathische middelen gaan over behandelingen die het lichaam onnodig belasten en symptoomonderdrukkend zijn, twee dingen die de homeopathie afkeurt.

In de homeopathie worden geneesmiddelen sterk verdund. Dit wordt gedaan omdat de selectiviteit van het geneesmiddel dan groter is. Als je bijvoorbeeld pure arsenicum inneemt, ga je dood. Maar als je een kleinere dosis neemt, wordt je ziek, maar je overlijdt er niet aan. De ene persoon wordt echter zieker dan de ander. Iedereen reageert er anders op, wat aangeeft dat iedereen een andere gevoeligheid voor de stof heeft. Als je de arsenicum nog meer verdund, zullen de personen die er gevoelig voor zijn er nog ziek van worden. De anderen merken het haast niet meer.
Het verdunnen gaat volgens een vaste werkwijze. Er zijn D- potenties, C – potenties en LM – of Q- potenties. Een D- potentie is een verdunning van 1 op 10, een deel stofextract op 10 delen alcohol. Als een D -1 verdunning dan in een verhouding van 1 op 10 wordt gemengd met alcohol, heb je een D -2 verdunning. Voor de C – potenties geldt hetzelfde, maar dan met een verhouding van 1 op 100. De LM – of Q- potentie is een C -3 potentie (1 op 1.000.000), die daarna telkens verdund wordt met stappen van 1 op 50.000. Bij een verdunning van C-12 wordt de grens berei
kt waarna er van het oorspronkelijke extract geen enkele molecuul meer te vinden is in de verdunning. 15% van de verkochte homeopathische middelen zijn verdund met een factor van ongeveer C -30 of hoger. De werking van de stof gaat dan toch niet verloren omdat er volgens de homeopathie een soort ‘afdruk’ van het oorspronkelijke extract in de verdunning aanwezig blijft. In de overige 85% van de gevallen zijn de medicijnen geconcentreerder; ze zijn dan verdund met een factor van maximaal C -12
Na elke verdunning moet het geneesmiddel honderd keer krachtig geschud worden. Door het schudden namelijk blijft de geneeskracht van het mengsel aanwezig, en wordt zelfs sterker naarmate het meer verdund wordt. De combinatie van verdunnen en schudden wordt potentiëren genoemd. Alleen als de homeopathische medicijnen worden verdund EN geschud behoudt het zijn geneeskrachtige werking.
Er is geen goede wetenschappelijke verklaring voor het effect van het potentiëren op het medicijn. Er is wel een theorie over. Naarmate de materie in de potentie minder wordt, neemt de kans toe dat de materie zich niet als molecuul maar als energie manifesteert. Deze energie bezit dezelfde eigenschappen als het molecuul, omdat er volgens onder andere Einstein en Bohm het aannemelijk is dat een atoom er niet uitziet als een knikker (kern) met daaromheen ronddraaiende kleinere knikkers (elektronenwolk), maar dat in termen van energie moet worden gedacht. Er is dus geen onderscheid tussen molecuul en energie. Het schudden bij het potentiëren is dan een manier om de energie van het extract te scheiden van het extract zelf, en in de oplossing op te slaan.

3.3 Waarom is homeopathie geen kwakzalverij?

Het is moeilijk te begrijpen dat een verschrikkelijk klein beetje van een stof toch enorme resultaten kan voortbrengen. Maar minuscule oorzaken kunnen grote gevolgen hebben. Het menselijk lichaam bijvoorbeeld produceert ongeveer 50 tot 100 microgram van het schildklierhormoon, wat nodig is voor de stofwisseling. De concentratie van deze stof in het bloed is ongeveer 1:10¹º. Dit is vergelijkbaar met een C5-verdunning.
Over het bewijs dat ook een potentie hoger dan C-12 werkzaam is, zijn al vele artikelen geschreven. Deze artikelen echter worden gepubliceerd in vakbladen, gemaakt voor alternatieve genezers en geïnteresseerden hierin. Voor hen zijn deze artikelen eigenlijk alleen maar een bevestiging op wat ze al wisten. Reguliere medici lezen niet of nauwelijks bladen over alternatieve geneeskunde, dus ze blijven bij hun oude standpunten hierover. Pas als een wetenschapper een bewijs publiceert in een wetenschappelijk tijdschrift dat door de hele wetenschap serieus wordt genomen, is er een kans dat de wereld wakker wordt geschud. Een Franse biochemicus, Jacques Benveniste, heeft dit geprobeerd. Hij zette een experiment op met stoffen die op homeopathische wijze verdund waren, met een potentie hoger dan C-12. Hij experimenteerde met basofielen, een soort witte bloedcellen die drager zijn van antistoffen die een rol spelen bij allergische reacties. Een van deze antistoffen is IgE (immunoglobine E). Als iemand een hoge concentratie IgE heeft, reageert deze sterk op bijvoorbeeld een bijensteek. Als het IgE wordt gemengd met anti-IgE, het antiserum voor IgE, scheiden de basofielen histamine af, en veranderen van kleur (van blauw naar rood). Om na te gaan of er een reactie geweest is en hoeveel basofielen er hebben gereageerd, moeten de rode basofielen dus geteld worden. Beneviste deed proeven met menselijke basofielen met verdunningen tot 1:120¹²º (C-60 of D-120). De basofielen bleven reageren. De proef is uitgevoerd in vijf laboratoria, in vier verschillende landen, en de uitkomsten bleven hetzelfde. Helaas werden deze resultaten met veel scepsis ontvangen. Na een onderzoek van vijf dagen werd geconcludeerd dat de uitkomst van het vijfjarige onderzoek van Beneviste niet klopte. Bovendoen zou hij bevooroordeeld zijn omdat zijn onderzoeken werden gesteund door een homeopathische fabrikant. Ook zou er gefraudeerd zijn, er zou onzorgvuldig met de gegevens zijn omgegaan, de uitkomsten van zijn proeven zouden niet reproduceerbaar zijn en het laboratorium waarin hij werkte zou niet geschikt zijn om zulke gegevens te evalueren. Maar het team wat zijn experimenten had herhaald had dit in hetzelfde laboratorium gedaan, en hun resultaten waren wel zorgvuldig en objectief. De gegevens uit de andere vier laboratoria werden niet verder onderzocht. Jacques Beneviste werd een verschoppeling van de geneeskunde. Er zijn hierom maar weinig wetenschappers die zich aan onderzoek op homeopathisch gebied durven te begeven.

De werking van homeopathische middelen wordt toegeschreven aan het placebo-effect. Het is inderdaad zo dat bij een gedeelte van de patiënten die met homeopathische middelen worden behandeld, het placebo-effect een rol speelt in hun genezing, maar dat valt ook te zeggen over de reguliere geneeskunde. Dit is in hoofdstuk 3 al aan bod gekomen.
Als een homeopathisch geneesmiddel goed gekozen is, en het slaat aan, blijkt soms dat de klachten waar het medicijn eigenlijk voor bedoeld was, verergeren. Als iemand bijvoorbeeld verkouden is, en deze persoon neemt een op zijn klachten afgestemd, homeopathisch geneesmiddel, zal zijn neus gaan lopen. Deze toename van klachten is meestal van korte duur. Hierna volgt langdurige verbetering of genezing.
Als het homeopathische geneesmiddel niet goed gekozen is bij de klacht van de patiënt, reageert ongeveer 75% niet op het geneesmiddel. Deze groep is even groot als de groep die ongevoelig is voor het placebo-effect. Als ze wel gevoelig waren voor het effect, zouden ze wel tijdelijk genezen zijn. Als er dan een tweede, wel juiste geneesmiddel wordt toegediend, en de tijdelijke verergering van de klachten treedt wel op, is het niet logisch dat de patiënt ineens wel gevoelig is geworden voor het placebo-effect. Het is aannemelijker dat het medicijn dan wel aanslaat.

§4 Acupunctuur

4.1 Geschiedenis

De geschiedenis van de acupunctuur gaat een heel stuk terug in de tijd. In China bestaat de geneeswijze al ongeveer 4000 jaar. Het is waarschijnlijk dat acupunctuur ook in China is uitgevonden, maar er zijn ook aanwijzingen dat de oorsprong ervan in Noord-India of in Tibet ligt, en van daar uit is verspreid in China.
Er is een legende over het ontstaan van de acupunctuur. De methode is volgens deze legende ontdekt door een soldaat, die al een hele tijd last had van zijn gezondheid. Toen hij tijdens de oorlog werd getroffen door een pijl, had hij nergens meer last van. De Chinezen trokken hieruit de conclusie dat je door mensen te prikken met scherpe voorwerpen in hun lichaam, ze zouden genezen. Ze moeten er dan ook op een of andere manier achter zijn gekomen op welke plekken je zou moeten prikken voor het beste resultaat.
Dat de Chinezen inde toevallig ontdekte acupunctuur een systeem aanbrachten, is zeker waar. Uit inscripties in steen blijkt dat men wist van een relatie tussen de huid en de inwendige organen. In de loop van de eeuwen legden ze behandelmethodes, meridianen en acupunctuurpunten vast. De vroegste behandelingen gebeurden met stenen naalden, die niet alleen werden gebruikt voor prikken, maar ook voor aderlaten en gemakkelijke chirurgische operaties. De stenen naalden werden geleidelijk aan vervangen door metalen naalden.
Het basisprincipe van de acupunctuur, de verhoudingen tussen Yin en Yang, waren al langer bekend. Huang Ti, of de “Gele Keizer” (2674 – 2575 v Chr.) heeft een groot aandeel gehad in het optekenen van deze theorie. Acupunctuur nam een belangrijke plaats in in de oude Chinese samenleving.
Tijdens de Ching-dynastie (1644-1922) veranderde de houding tegenover de acupunctuur en de volledige Chinese geneeskunde tot die tijd. Dit kwam omdat westerse missionarissen de medische kennis uit hun thuisland meenamen. Deze vermengde zich met de traditionele Chinese geneeskunde.
In de tijd van Mao Zedo
ng werden de acupunctuurbehandelingen ingeperkt. Hij bepaalde welke behandelingen wel en welke niet uitgevoerd mochten worden. In 1949 pas werden de Chinezen zich weer bewust van hun eeuwenoude geneeswijze. Vanaf die tijd werd acupunctuur uitgebreid onderzocht op universitair niveau.

4.2 Uitgangspunten van de acupunctuur

In de acupunctuur staat een evenwicht tussen yin en yang voor gezondheid. Als dit evenwicht wordt verstoord, is dat te merken. Er openbaren zich lichamelijke klachten of ziekten. Een acupuncturist probeert de balans weer tussen de twee tegenpolen te herstellen.
Yin en Yang zijn twee tegenovergestelde krachten. Yang staat voor positief, actief en mannelijk, voorgesteld door de lucht, het licht, warmte, droogheid en de linkerkant. Yin was dus negatief, passief en vrouwelijk, wat voorgesteld werd door de maan, de aarde, duisternis, zwakte, kou, vocht en de rechterkant. Yin en Yang samen zijn de levensenergie, Qi* of Chi. Het universum bestaat uit een kringloop van deze levensenergie, en alles om ons heen is een gevolg van de wisselwerking tussen Yin en Yang. Het witte stipje in het zwarte deel van het Yin-Yangteken en de zwarte stip in het witte deel laten zien dat nooit iets zuiver Yin of Yang kan zijn. Yin en Yang vullen elkaar aan en zoeken altijd naar evenwicht.

In China werd ontdekt dat de energie die door het menselijk lichaam stroomt wordt geleid door een stelsel van kanalen. In 24 uur komt de menselijke energie weer terug op de plaats waar het begon. De energie stroomt dus een stuk langzamer dan bijvoorbeeld de bloedsomloop. Er zijn twaalf hoofdkanalen, ofwel meridianen. Medische onderzoeken uit het westen hebben aangetoond dat deze meridianen bestaan, maar dat ze voor het oog niet zichtbaar zijn. Iedereen heeft een andere energiehuishouding, omdat deze wordt bepaald door de voeding, levenswijze en erfelijke eigenschappen. Ziekten en kwalen kunnen verzacht of genezen worden door het plaatsen van naalden in deze energiemeridianen. Als de naald op de goede plek is geprikt, en ook op de goede diepte zit, treedt er een Qi-gevoel op. Dit voelt als een elektrisch schokje, en kan als vervelend ervaren worden. De acupuncturist kan dit gevoel doen verminderen door de naalden iets te verplaatsen. Ook kan men door het verplaatsen van de naalden de energie stimuleren, afremmen of in balans brengen.

Behalve het Yin-Yang principe heeft de acupunctuur nog een basisprincipe. Er worden vijf seizoenen gebruikt, winter, lente, zomer, nazomer en herfst. Elk seizoen heeft zijn eigen element. Vuur is verbonden met zomer, Aarde met nazomer, Metaal met herfst, Water met winter en Hout met lente. Er is nog een zesde element, het Keizerlijke Vuur, dat alle elementen overkoepelt, en een hulpmiddel om de stabiliteit tussen de elementen te vergroten. De elementen komen overeen met de organen van het menselijk lichaam. Verstoringen van de energiecyclus veroorzaakt een reactie van een tegengestelde kracht om het evenwicht weer in oorspronkelijke staat terug te brengen. Vanuit deze theorie kan het lichaam geholpen worden het evenwicht sneller te herstellen.
Deze verbanden tussen organen en energie kunnen door een voorbeeld verduidelijkt worden. Als een persoon een ochtendhumeur heeft, heeft hij of zij moeite met het ´s morgens ‘op gang komen’. Bij energie van de ochtend hoort het element hout. Aan hout worden de emoties ‘boosheid’ en ‘prikkelbaarheid’ gekoppeld. De energie die bij deze emoties hoort is de energie van de lever. Dus de acupuncturist probeert de balans van de leverenergie weer te herstellen. Als dit lukt, zal het opstaan niet zo erg meer zijn voor de patiënt.

4.3 Waarom is acupunctuur geen kwakzalverij?

Meridianen die door het lichaam heen lopen, en energie in zich hebben. En door in die meridianen te prikken, zouden er klachten verdwijnen. Dat klinkt nogal vergezocht. Maar er zijn de laatste jaren vele klinische onderzoeken geweest, waar zelfs een aantal mensen op gepromoveerd zijn. Deze onderzoeken wijzen uit dat de acupunctuur een bruikbare methode is tegen zeer uiteenlopende klachten. Het kan als alternatief gebruikt worden voor geneeswijzen waar medicijnen voor worden gebruikt.

In vele verschillende volkeren is het idee dat de huid in contact staat met het inwendige, en dat men door prikkelingen van de huid, door bijvoorbeeld massage of warmte, resultaten kunnen worden behaald in het binnenste, al bekend. De oude Chinezen ontdekten dat het acupunctuurpunt een soort ‘manifestatie’ van energie was. Daarom was dit ook de perfecte plek om de balans tussen de energieën te herstellen of te veranderen. Ook werd ontdekt dat meerdere van deze punten een zelfde werking hadden. Deze punten werden verbonden met een lijn die meridiaan genoemd word. Westers onderzoek naar het bestaan van de acupunctuurpunten en de meridianen hebben verschillende feiten onthuld. Er zijn aanwijzingen dat een acupunctuurpunt op microscopisch niveau een heel klein gaatje is van de oppervlakkige laag van het lichaam. Door dit gaatje lopen een haarvat en een zenuw, door bindweefsel omhuld. Ook blijkt dat deze acupunctuurpunten een groter aantal receptoren heeft dan op een willekeurige andere plek in de huid.

Een punt wat lang ter discussie stond bij de acupunctuur was dat er met de naalden niet op de plek van de klacht werd geprikt. De verklaring hiervoor ligt in de verandering van de Qi. Deze beïnvloeden via de meridianen de klacht. Als iemand bijvoorbeeld lijdt aan klachten veroorzaakt door een te weinig energie, moet de energie in de meridiaan verder van de plek van de klacht worden ‘afgesneden’, zodat er op die plek een ophoping van energie ontstaat. Als iemand een klacht heeft die veroorzaakt wordt door te veel energie, moet de naald voor de plek van de klacht geplaatst worden, omdat er dan energie wordt tegengehouden. De zenuwbanen spelen hier een rol in.

Ook met acupunctuur zijn er steekproefsgewijs onderzoeken gedaan of de werking ervan iets te maken zou hebben met het placebo-effect. De steekproeven waren dubbelblind, gerandomiseerd en gecontroleerd. Deze onderzoeken kwamen gunstig uit voor de acupunctuur. Het is nu al zo ver gekomen dat de World Health Organisation acupunctuur officieel heeft geaccepteerd als geneeswijze. Weliswaar niet voor alle ziekten, en als alternatief voor de reguliere geneeskunde, maar dat is niet meer dan terecht, omdat acupunctuur zeker niet altijd aanslaat, en bovendien maar geschikt is voor een aantal klachten.

Bron:

Scholierenwerkstuk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.